Een sfeer van duizend kaarsen zonder één vlammetje.
Kristalhelder !
Nochtans, ‘t was niet zo goed begonnen. Voor Roos haar deur stond een batterij verhuiswagens en ik schatte de afstand niet zo goed in, klap zei de rechter zijspiegel, krak zei de console. Twee straten verder, letterlijk en figuurlijk, hebben we met een crèpewindeltje en een vijs van moeke haar rolstoel de bungelende spiegel min of meer terug aan de auto bevestigd. Op de verdere weg moest moeke erop letten dat de spiegel er niet terug af floepte en moest Roos regelmatig naar achter kijken om de rol van spiegel te vervullen.
Maar we kwamen heelhuids in Waasmunster aan en dankzij de parkeerkaart van moeke stonden we op een mooie blauw geschilderde parkeerplek tussen honderd andere lege parkeervakken.
Voor ons de kerk, achter ons de kerkstraat en waar was het Kuurhuis ? Rondje rond de kerk ? Vastgelopen op het hek rond het standbeeld van de oudstrijders. Met rolstoel en al door de boskes. Haha, het Kuurhuis.
Drie trappen omhoog. Moeke uit de stoel, moeke naar boven, stoel naar boven (met mannelijke hulp) – gang door – drie trappen naar beneden (met moeke en stoel en mannelijke hulp). Het was direct duidelijk dat het niet mogelijk zou zijn om met de rolstoel de tentoonstelling te bezoeken. Ze was op de tweede verdieping en enkel te bereiken via twee hoge steilen trappen.
Dan maar naarhet park en via de bronzen beelden richting de uitspanning aan de rand van het park. ‘t Was daar goed zitten en moeke vond er een zonnig plekje. We hadden weeral iets geleerd : volgende keer handwerk meenemen.
Zo trokken Roos en ik dus met zijn tweeën en gewapend met het fototoestel naar de kanttentoonstelling. Via de steile hoge trap, langs het mooie kant-en glas sfeerstuk, via de overloop met het schitterende oude speelgoed (wat een mooi winkeltje ! ), langs de frivool ingerichte oude badkamer en de tweede nog steilere trap en het derde trapje zonder leuningen tot in de zaal op de tweede verdieping.
Mooi ! Wat een sfeer ! Er was zorgvuldig gespeeld met de combinatie van wit kantwerk, frêle bladgroen, glas en goud. Zorgvuldig is het woord dat iedere keer bij me opkomt. Ieder stukje was met aandacht op de juiste manier op de juist plaats gelegd, gezet, gehangen. Op die manier was die serene sfeer opgebouwd waardoor iedereen vanzelf ging fluisteren. Het klikken van mijn fototoestel leek op heiligschennis. Was dat blijkbaar ook want we hadden al direct de juwelnontwerpster achter ons vodden. Zij vond het niet zo leuk dat wij foto’s namen. Maar ik heb me met verve verdedigd en toestemming gekregen met de twee argumenten : 1. zorg dat gehandicapten het ook kunnen zien en 2. eigenlijk interesseren uw juwelen ons niet en al zeker niet voor commerciële doeleinden. Eerlijkheidshalve beken ik bij deze dat de juwelen heel mooi waren en dat ik sommige zeker wel in mijn juwelen doosjes zou willen.
We klikten er dus lustig op los en kwamen nog een mevrouw tegen die foto’s maakte : van het Frie’se reiskussen dat ook tentoongesteld werd. Daar kwam natuurlijk contact van en overleg over de hoogte van de basis. Daar kwam natuurlijk het waar en wanneer van de wederzijdse klosactiviteiten naar boven. Gent ? Kantacademie ? Roos ? Jawel, ze kenden mekaar niet maar volgden allebei les aan dezelfde academie en het hek was van de dam. Zo kwam ik dus onbewaakt rond te lopen in de inspirerende omgeving en in de lege uitnodigende stoel naast de enige mevrouw die zat te klossen. De mevrouw die lid is van Het Sireentje. Het Sireentje dat de kantklosschool is van Waasmunster. De kantklosschool van Waasmunster waar één keer per maand op zondagvoormiddag wordt lesgegeven. Wat denken jullie ? Is dat een verleiding waaraan ik kon weerstaan ? Ha neen, natuurlijk niet. In augustus hoop ik een uitnodiging te krijgen.
Daar liepen natuurlijk nog heel wat kantklossende dames rond, ‘t werd daar gezellig rond het kussen. Ge kent het. We moesten ons losscheuren om verder te gaan kijken. Het beeld werd ook gaandeweg waziger. Door de houten balken schemerden zware witte stalen exemplaren. De tegels begonnen het patroon van een glanzend geoliede houten vloer te vertonen. We bogen al dieper en dieper over het gepresenteerde kantwerk en zagen dat het merendeel stropkant was, zo vertrouwd waren sommige stukkjes, alsof ze al jaren in onze eigen werkmappen zaten. We keken naar de opgehangen kantbrieven en zagen de honderden exemplaren in de mappen van onze eigen kast.
Het ‘yes we can’ gevoel stak de kop op. Overweldigend. Roos voelde het ook. We moesten dringend naar moeke en het gezellig terras.
Daar, met de beloofde verfrissing binnen handbereik en in het gezelschap van een lieve rosse minnekepoes hebben we verder gedroomd.
Wordt vervolgd.







