Kant, juwelen en beeldhouwwerken – 30 april 2011

Een sfeer van duizend kaarsen zonder één vlammetje.

Kristalhelder !

Nochtans, ‘t was niet zo goed begonnen.  Voor Roos haar deur stond een batterij verhuiswagens en ik schatte de afstand niet zo goed in, klap zei de rechter zijspiegel, krak zei de console.  Twee straten verder, letterlijk en figuurlijk, hebben we met een crèpewindeltje en een vijs van moeke haar rolstoel de bungelende spiegel min of meer terug aan de auto bevestigd.  Op de verdere weg moest moeke erop letten dat de spiegel er niet terug af floepte en moest Roos regelmatig naar achter kijken om de rol van spiegel te vervullen. 

Maar we kwamen heelhuids in Waasmunster aan en dankzij de parkeerkaart van moeke stonden we op een mooie blauw geschilderde parkeerplek tussen honderd andere lege parkeervakken. 

Voor ons de kerk, achter ons de kerkstraat en waar was het Kuurhuis ?  Rondje rond de kerk ?  Vastgelopen op het hek rond het standbeeld van de oudstrijders.  Met rolstoel en al door de boskes.  Haha, het Kuurhuis.

Drie trappen omhoog.  Moeke uit de stoel, moeke naar boven, stoel naar boven (met mannelijke hulp) – gang door – drie trappen naar beneden (met moeke en stoel en mannelijke hulp).  Het was direct duidelijk dat het niet mogelijk zou zijn om met de rolstoel de tentoonstelling te bezoeken.  Ze was op de tweede verdieping en enkel te bereiken via twee hoge steilen trappen. 

Dan maar naarhet park en via de bronzen beelden richting de uitspanning aan de rand van het park. ‘t Was daar goed zitten en moeke vond er een zonnig plekje.  We hadden weeral iets geleerd : volgende keer handwerk meenemen.

Zo trokken Roos en ik dus met zijn tweeën en gewapend met het fototoestel naar de kanttentoonstelling.  Via de steile hoge trap, langs het mooie kant-en glas sfeerstuk, via de overloop met  het schitterende oude speelgoed (wat een mooi winkeltje ! ), langs de frivool ingerichte oude badkamer en de tweede nog steilere trap en het derde trapje zonder leuningen tot in de zaal op de tweede verdieping.

Mooi ! Wat een sfeer !  Er was zorgvuldig gespeeld met de combinatie van wit kantwerk, frêle bladgroen, glas en goud.  Zorgvuldig is het woord dat iedere keer bij me opkomt.  Ieder stukje was met aandacht op de juiste manier op de juist plaats gelegd, gezet, gehangen.  Op die manier was die serene sfeer opgebouwd waardoor iedereen vanzelf ging fluisteren.  Het klikken van mijn fototoestel leek op heiligschennis.  Was dat blijkbaar ook want we hadden al direct de juwelnontwerpster achter ons vodden. Zij vond het niet zo leuk dat wij foto’s namen.  Maar ik heb me met verve verdedigd en toestemming gekregen met de twee argumenten : 1. zorg dat gehandicapten het ook kunnen zien en 2. eigenlijk interesseren uw juwelen ons niet en al zeker niet voor commerciële doeleinden.  Eerlijkheidshalve beken ik bij deze dat de juwelen heel mooi waren en dat ik sommige zeker wel in mijn juwelen doosjes zou willen.

We klikten er dus lustig op los en kwamen nog een mevrouw tegen die foto’s maakte : van het Frie’se reiskussen dat ook tentoongesteld werd.  Daar kwam natuurlijk contact van en overleg over de hoogte van de basis.  Daar kwam natuurlijk het waar en wanneer van de wederzijdse klosactiviteiten naar boven.  Gent ?  Kantacademie ?  Roos ? Jawel, ze kenden mekaar niet maar volgden allebei les aan dezelfde academie en het hek was van de dam.  Zo kwam ik dus onbewaakt rond te lopen in de inspirerende omgeving en in de lege uitnodigende stoel naast de enige mevrouw die zat te klossen.  De mevrouw die lid is van Het Sireentje.  Het Sireentje dat de kantklosschool is van Waasmunster.  De kantklosschool van Waasmunster waar één keer per maand op zondagvoormiddag wordt lesgegeven.  Wat denken jullie ?  Is dat een verleiding waaraan ik kon weerstaan ?  Ha neen, natuurlijk niet.  In augustus hoop ik een uitnodiging te krijgen. 

Daar liepen natuurlijk nog heel wat kantklossende dames rond, ‘t werd daar gezellig rond het kussen.  Ge kent het.  We moesten ons losscheuren om verder te gaan kijken.  Het beeld werd ook gaandeweg waziger.  Door de houten balken schemerden zware witte stalen exemplaren.  De tegels begonnen het patroon van een glanzend geoliede houten vloer te vertonen.  We bogen al dieper en dieper over het gepresenteerde kantwerk en zagen dat het merendeel stropkant was, zo vertrouwd waren sommige stukkjes, alsof ze al jaren in onze eigen werkmappen zaten.  We keken naar de opgehangen kantbrieven en zagen de honderden exemplaren in de mappen van onze eigen kast. 

Het ‘yes we can’ gevoel stak de kop op.  Overweldigend.  Roos voelde het ook.  We moesten dringend naar moeke en het gezellig terras.

Daar, met de beloofde verfrissing binnen handbereik en in het gezelschap van een lieve rosse minnekepoes hebben we verder gedroomd.

Wordt vervolgd.

Het verhaal van Jo

Geen klosverhaal deze keer. 

Ons Jo is patchworker en geen gewone.  Jo is machinequilter.  Vanaf haar plekje achter de naaimachine, een beetje op een afstand van de hand-quiltsters in dezelfde grote zaal, heeft ze alle tijd gehad om alles en iedereen in haar omgeving te analyseren.  De contacten tussen de kantklossers onderling zijn veel intenser en talrijker dan die tussen de quilters weet Jo ons te vertellen. De quilters zijn ook vriendelijk maar ze blijven altijd meer binnen de eigen groep. 

Op dit moment onderbreekt een van die innige contacten met andere kantklossers ons gesprek en Jo begint een groot afleidingsmaneuver.  We krijgen een grondige analyse van de babouschka’s in aanmaak.  Jo vertelt over de stoffen, de kleuren, de vulling, de steken, de lijnen, de machine, de software, zelfs DE RAFELTJES. Zo zit dat met die patchworkers : 80 % overleggen en 20 % machine.

Jo boomt nog wat verder door en hoopt in stilte dat ik verdwenen ben met mijn blocnootje.  Maar ik zit er nog Jo.  Dus we hernemen.

We waren bij de contacten gebleven en ons Jo gaat enthousiast verder.  Het was een Zee-jaar dat voor herhaling vatbaar is, om direct terug te vertrekken.  Hoe komt dat ?  Haha, dit jaar verscheen er een tweede machine-quiltster op het toneel. Nu zaten de dames met zijn tweeën achter hun machine en ze hadden boeiende babbels en ze hebben héél hard gewerkt.  Jo werkte vroeg en laat en zelfs in bed. We hebben tijden benoteerd om 6 u ‘s morgens en om 3 u ‘snachts.

Een korte analyse maakt alweer een verschil tussen klossers en quilters duidelijk : de quilters werken harder.  Véél harder.

Zeekant 2010

het verhaal van Maria

De sfeer was algemeen beter dan vorig jaar en hij zat er van de eerste minuut goed in.  Dat kwam natuurlijk omdat iedereen bij het welkom direct vroeg naar de datum van de volgende Lace Tea.  Die is toch echt wel door iedereen gesmaakt.

Maria vond Zeekant 2010 “meer een kantklosweek dan anders”.  Dat is toch wel een verrassing. Onder druk van de ongelovige blikken van de collega’s geeft ze wel toe dat ze veel van haar stoel is geweest.  *nvdr.

Maar niet altijd om naar het patchwerken te gaan kijken.  Eigenlijk vindt Maria dat ze zelfs minder gaan kijken is naar de patch dan anders.  Dat kan wel kloppen, we zaten dit jaar ook altijd veel vroeger in de bar dan anders. 

Ok, toegegeven, we zaten niet van ‘s middags op café en we kropen ook wat vroeger in ons bed, maar toch.Op die manier is het dus best mogelijk : meer van uwe stoel zijn en toch minder bij de buren gaan zien. 

Maria heeft vooral genoten van de  uitleggeskes overal.  Van de nieuwe manier om af te zetten op één lijn die Karen gedemonstreerd heeft en van de uitleg die Geneviève gegeven heeft over het elegant meenemen van de hangende paren in een raster. 

 



Ook de uitleg van de ‘s Gravenmoerse kant die zomaar spontaan van de kant van een bezoekster kwam en waar we vooral van onthouden hebben hoe je hem kan onderscheiden van stropkant.  Je moet naar de netslagen kijken, bij stropkant lopen de lopende paren schuin en bij ‘s Gravenmoerse lopen ze recht.

En wat kan je eraan doen als de patchverleiding uit het eigen kantkloskamp komt ?  Het patroon voor een handtasje van Els en haar vriendinnen was wel zo schattig.   De moraal van het verhaal is wel dat Maria geen slag gedaan heeft aan ‘De boekenlegger’.  Voorlopig is er nog maar ééntje, van Magda.  Maria probeerde haar achterstand nog te vergoelijken door het boekensnuisteren bij Kris als argument aan te halen.  Ja Maria, dat vinden wij ook altijd leuk, maar hoe legt ge dan uit dat uwe halfgekloste sneeuwman de kans kreeg om te smelten. 

Zie daar had ons Maria geen antwoord meer op.  “Heel leuk hoor” vind Maria, “vooral voor jullie.  En maar lachen toen ik er 5 keer voorbij liep zonder het te zien.  En maar grinniken toen ik mijn handtas er naast zette, nog altijd zonder de kluwen uitgehaald garen op te merken.  Maar geef toe, dat ge toch een beetje ongemakkelijk naar mekaar begon te scheelogen toen ik zelfs na 5 minuten zitten nog altijd geen krimp gaf.  Geef maar toe dat ik het jullie daar knap lastig mee gemaakt heb.

Tja, nu zitten wij met onze mond vol tanden. ‘t Belangrijkste is dat ons Marieken boordevol inspiratie teruggekomen is.

*nvdr.  Ook op de doordeweekse klos-sessies moeten we haar met twee vasthouden om ze op haar stoel te houden.  Maar ‘t moet gezegd dat de ‘babbeltjes’ altijd een doel hebben en dikwijls therapeutisch zijn.  Hier wordt iets geregeld, daar wordt iets glad gestreken, links wordt aangemoedigd, rechts wordt gekalmeerd…… Ge moet het toch maar kunnen.

Florreke’s Blog

Florreke’s blog – 27 februari 2009

Beste collega’s Uilen.

Met vreugde melden wij u de geboorte van ons nieuwste troetelkind : Florreke’s Blog.

Geboren op 1 februari 2009.

Trotse ouders : uw kantklossende medeleden.

Lengte : eindeloos !          

Gewicht : zéér gewichtig.

Voor een bezoekje : www.florreke.wordpress.com

Jaja, u heeft het goed begrepen.  Uw kantklosgroepje is nu ook electronisch aanwezig.

Hoe dat zo gekomen is ?

Ergens leefde het idee al jàren.  ‘t Werd voor het eerste geopperd door Liesbeth.

Maar het kwam er niet van.  Zeg maar dat de gelegenheid zich niet voordeed.

En toen viel er ineens een appel uit de boom.

‘k Zal het kort maken : het begon toen mijn jongste kind op eigen vlerken ging leven

en het eindige ermee dat wij een andere internetprovider moesten zoeken. 

Die deed ons zomaar een gratis domeinnaam cadeau.

En toen ging het erg snel.

We hadden natuurlijk al veel verslagen van onze capriolen op computer.

En er waren ook direct vrijwilligers om de verslagen die we alleen op papier hadden over te tikken.

Dagelijks kwam er materiaal binnen, ‘t moest alleen op de juiste plek neergezet worden.

Helemaal volledig is hij nog niet maar we nodigen u hierbij uit om eens een kijkje te komen nemen.

Hoe meer visits hoe beter !  Des te rapper worden we bij het Googelen gevonden.

Nu nog een linkje naar de Uiltjes-site ? 

Kan iemand ons vertellen hoe en of dat kan ?

 Tine

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.